Poppen en Nachtmerries

Een klap maakt haar wakker.

Charlotte opent haar ogen en tuurt in de duisternis van haar kamer. Ze veegt de lange haren uit haar gezicht, kreunt en sluit haar ogen weer. Het is nog donker. Het is nog lang geen tijd om op te staan-

Er klinkt opnieuw een klap, oorverdovend in het stille huis.

Wat is dat…?

Zuchtend drukt ze zich overeind en werpt een blik op de wekker. 3:15 AM. Ze wrijft in haar ooghoeken, nog steeds verstrikt in de draden van slaap die haar weer met zich mee proberen te trekken, terug naar haar dromen-

Weer een klap.

Het komt niet van buiten.

Charlotte gooit het dekbed van haar af, inmiddels klaarwakker, en loopt vertwijfeld naar de slaapkamerdeur. Ze blijft in de opening staan en kijkt in de gang, die zich in de duisternis van de nacht eindeloos lijkt uit te strekken.

Alle deuren in de gang zijn gesloten.

Behalve-

Ze ziet de deur recht tegenover haar, aan het einde van de gang, plotseling opengaan. Er klinkt een krakend geluid. Een schaduw beweegt over de drempel.

Dan sluit de deur zich met een klap, alsof hij dichtgesmeten wordt.

Charlotte schrikt op en doet een stap naar achteren; haar hart mist een slag en haar adem stokt. Ze kan zich niet afwenden van de deur die weer opengaat… en dichtslaat.

Opengaat… en dichtslaat.

Opengaat… en dichtslaat-

Charlotte voelt haar hart bonzen, alsof het probeert zich een weg uit haar borstkas te slaan, en ze blijft als vastgenageld aan de vloer staan. Ze is helemaal alleen thuis vannacht. Dus wie…?

Nee, niet “wie”, berispt ze zichzelf in stilte. “Wat”. Het is gewoon de tocht. De wind.

Ze houdt haar adem in, luistert aandachtig, wachtend op het gegier dat vaak om het huis spookt, wachtend op het geritsel van boombladeren.

Niets. De nacht is stil. Doodstil.

De deur gaat weer open en dicht.

Zo zal ze nooit meer kunnen slapen.

Kom op, doe normaal. Ze schudt de angst van zich af, stapt over de drempel en begint naar de deur te lopen om hem dicht te doen. Ze recht haar rug en schouders, en grimast om haar eigen reactie. Met zelfverzekerde passen loopt ze door de gang.

Kilte trekt over de vloer, langs haar voeten, omhoog naar haar blote benen als een levend wezen dat naar boven klimt. Ze huivert in haar nachtpon en wrijft over haar armen.

Ze is halverwege de lange gang.

Ze ziet de deur weer opengaan en wacht tot hij dicht zal klappen, maar deze keer blijft hij openstaan op een ruime kier, bijna alsof iets… op haar wacht.

Charlotte fronst, en haar frons wordt dieper als een geur haar neus binnendringt; een vieze, zure stank die haar bijna doet kokhalzen. Ze blijft abrupt staan en knippert met haar plots tranende ogen.

De geur… Het komt uit de kamer.

Ze drukt haar hand tegen haar neus en mond. Na een aarzeling knijpt ze in haar arm – en stopt gauw.

Ze droomt niet.

Terwijl ze haar hand steviger tegen haar gezicht drukt, loopt ze het laatste stukje en blijft dan bij de drempel van de kamer staan. De kou is nog intenser, het bijt in haar huid en haar tenen zijn bijna gevoelloos, en de stank is zo hevig dat ze zich bijna omdraait om naar buiten te rennen voor frisse lucht.

Maar… er kraakt iets. In de kamer.

Aarzelend laat ze haar hand zakken, duwt de deur verder open en stapt naar binnen.

De kamer is leeg, op een schommelstoel na, die helemaal in het midden staat.

Er is niemand te bekennen. Maar de stoel beweegt. Alsof er iemand op zit.

Maar ze ziet niemand.

Gegiebel bereikt haar oren. Meisjesachtig gegiebel.

Charlotte’s hartslag versnelt en haar blik schiet van links naar rechts door de donkere kamer. Ze speurt de lege schaduwen af, zoekend, maar ziet niets. Niemand. Ze staart weer naar de stoel, die rustig blijft schommelen, zachtjes krakend-

Opeens verschuift hij, alsof twee onzichtbare handen de stoel beetgrijpen en over de vloer sleuren – dan wordt hij opgetild en het meubelstuk vliegt door de kamer, knalt met een klap tegen het raam aan-

Charlotte gilt, deinst van schrik terug en botst met haar rug tegen de muur. Hijgend kijkt ze naar de schommelstoel die roerloos op de vloer ligt, onder het raam, dat op wonderbaarlijke wijze niet gebroken is.

Er sijpelt iets warms in haar nek.

Bijna als een aanraking. Een insect met duizenden pootjes die over haar huid glijdt.

Met een ruk stapt ze weg van de muur en terwijl ze zich verwilderd omdraait, voelt ze in haar nek. Als ze haar hand terugtrekt en erop neerkijkt, staart ze voor een moment alleen maar naar haar vingers. Het lijkt wel… vloeistof. Een kleverige substantie, druipend over haar hand.

Ademloos kijkt ze op naar de houten muur waar ze daarnet nog tegenaan leunde.

Haar ogen verwijden zich.

Groen slijm komt tussen de kieren tevoorschijn, dikke druppels die langzaam naar beneden sijpelen en kleine plasjes vormen op de vloer. Er welt steeds meer slijm op, alsof de muur bloedt

Getik tegen het raam.

Charlotte kijkt opzij, voelt de paniek door haar lichaam razen; het enige wat ze nog voelt, denkt, weet, proeft is angst.

Twee rode ogen kijken door het raam naar binnen.

Ze verstijft, gevangen in hun blik-

‘Annie?’ klinkt er opeens een stem van buiten het huis.

En alles stopt.

 

* * *

 

‘Annie!’ wordt er weer geroepen.

Annie kijkt verstoord op. Haar moeder staat in de deuropening van haar kamer. Ze fronst naar haar als ze zegt: ‘Het is etenstijd, dus kom je nog?’

Dan dwaalt haar blik langs Annie heen en haar mond vormt een afkeurende lijn. ‘Speel je nu nog steeds met dat poppenhuis? Denk je niet dat je daar inmiddels een beetje te oud voor bent?’

Zonder te wachten op een reactie, draait ze zich om en loopt weg.

Annie staart nog even naar de deuropening. Dan wendt ze zich tot haar poppenhuis; het is groot, zelfs nu ze ouder is – hij was gigantisch toen ze hem kreeg als klein meisje. Het huis reikt zeker tot aan haar middel als hij op de vloer zou staan. Ze heeft hem op een grote tafel geplaatst in het midden van haar kamer, zodat ze eromheen kan lopen en in iedere kamer kan kijken. Het is een ouderwets, Victoriaans aandoend huis met een veranda, een paar kleine balkons en zelfs een zolder.

Met haar armen op haar rug, buigt Annie zich voorover en tuurt door één van de ramen naar binnen. Ze ziet haar pop, Charlotte, op de vloer liggen in de kamer met de schommelstoel.

Charlotte kijkt naar haar op met wijd opengesperde ogen.

Bang. Zo vreselijk bang.

Er was eens een tijd dat de pop de vijand was en Annie degene was die angstig op de vloer zat.

Maar er is altijd baas boven baas.

Demon boven demon.

Annie lacht zacht, recht haar rug en loopt naar de lamp toe om het licht uit te doen.

‘Nee, moeder. Dat zie je verkeerd,’ mompelt ze ondertussen. ‘Je bent nooit te oud om te spelen.’

Ze dooft het licht.

Haar ogen gloeien rood op in de duisternis en gegiebel vult de kamer.

 

© 2018 Lynnette Robin Slijkhuis | lynnrobin.com

 

Dit korte verhaal, Poppen en Nachtmerries, is geïnspireerd door “The Amityville Horror”, waar ik deze week mijn Halloween artikel op lynnrobin.com aan gewijd heb. Ik heb dit verhaal geschreven ter ondersteuning van de blogpost “Oktober Halloween Maand – The Amityville Horror”… met meer plezier dan misschien normaal is, maar ach. You gotta love horror, right? 😉

Advertenties

6 gedachtes over “Poppen en Nachtmerries

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s