Nacht in Bloei

De schaduwen in de plantenkas zijn roerloos.

Nacht. Het is een tijd van stilte, een tijd waarin de wereld zijn adem inhoudt. De planten en bloemen die overdag zo kleurrijk zijn, gaan nu gehuld achter een sluier van blauw, grijs en zwart. Een houten brug leidt over planten en water, de leuning is begroeid met lianen en bloemen die zich hebben dichtgevouwen. Bomen torenen boven hen uit, houden de wacht, altijd wakend, en hun bladerdaken vangen het zilveren maanlicht dat door de dakramen naar binnen valt.

Er is één boom die bijna het glas raakt, alsof hij er alles aan doet om overdag zoveel mogelijk zonlicht te drinken, en ’s nachts opkijkt naar de maan.

Eigenlijk zijn het twee bomen: de één heeft een stam zo wit als sneeuw, de andere schors zo donker als chocolade. Ze zijn met elkaar verstrengeld, hun takken zijn met elkaar verwikkeld, hun bladerdaken overlappen elkaar.

Als twee geliefden, onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Stil, het is er zo stil als je van een plantenkas verwacht – totdat er een geluid van buiten naar binnen dringt. Het zijn de slagen van een klok, langzaam weergalmend door de nacht.

Het zijn twaalf slagen.

Middernacht.

De laatste slag sterft weg… maar dan wordt de stilte opnieuw verbroken.

Geritsel: bladerdaken die zich van elkaar losmaken.

Geschuifel: takken die zich uitrekken als vingers of armen.

Gezucht: twee bomen die van elkaar weg leunen en beginnen te krimpen, van vorm veranderen, allebei een eigen gestalte krijgen.

Gelach: een jonge man en een jonge vrouw die hun handen met elkaar verstrengelen.

Hij is zo donker als chocolade, met kleine witte bladeren als haren; zij is zo wit als sneeuw, en grote donkere bladeren groeien uit haar hoofd en reiken tot ver over haar rug.

Hand in hand dwalen ze langs het water, badend in het maanlicht, en de planten langs de kant beginnen te bewegen zoals ze zouden doen in de wind. Hand in hand beklimmen ze de stenen trap die naar de houten brug leidt en de planten beginnen te groeien groeien, volgen hen de treden op, alsof ze uit alle macht bij hen willen blijven. Hand in hand blijven ze op de brug staan vanwaar ze uitkijken over de kas; de bloemen op de leuning ontluiken. De dauwdruppels op hun bladeren glanzen onder de gloed van de maan, ze glinsteren als sterrenstof.

Ze lopen verder, geruisloos als geesten in de nacht, terwijl de kas tot leven komt met geluid. Het lijkt op geritsel, maar in hun oren klinkt het als gefluister.

De planten spreken.

Ze vertellen verhalen, delen geheimen van diep uit de aarde. Verhalen en geheimen waar ze zelf alles van weten, maar ze luisteren aandachtig, fluisteren terug, en brengen daarmee iedere boom, plant en bloem tot leven.

Uren verstrijken. Een warme bries blaast door de kas, de maan reist van links naar rechts, de bladerdaken van de bomen ruisen en bloemen laten hun bladeren los voor een dans door de lucht. Verse bladeren groeien terug op het moment dat de jonge man en vrouw hen aanraken, en bomen laten hun takken zakken om hen erin te laten klimmen.

De nachthemel wordt opgelicht. De maan verbleekt. De zon rijst op.

Haar adem stokt als ze door het glas naar buiten kijkt; iedere ochtend weten de eerste zonnestralen haar te betoveren en lijken haar ogen blauw, paars en roze te zijn, alle kleuren van de vroege morgen. Hij slaat zijn armen om haar heen, trekt haar tegen zich aan en glimlacht als ze haar hand tegen zijn borst legt.

Ze kijken samen naar de zonsopgang, terwijl de wind in de kas gaat liggen, de bomen tot rust komen, de planten en bloemen stoppen met fluisteren, en ze zelf vergroeien met de aarde onder hun voeten. Hun lichamen torenen de lucht in, hun armen en vingers groeien uit tot takken en hun haren veranderen in bladerdaken.

De nacht is uitgebloeid.

Voor nu.

 

* * *

 

De warmte van de kas doet haar koude wangen tintelen; buiten waait de bijtende wind van de winter, de wind die de bladeren van de bomen heeft gestolen… de wind, die deze kas nooit zal weten te bereiken.

Ze komt hier iedere dag; het is haar werk om voor de planten te zorgen.

En om de geheimen van deze kas te bewaren.

Haar ogen dwalen in het rond, over alle bloemen, de groene planten, de bomen die trots en rijzig boven haar uittorenen.

Dan blijft haar blik rusten op twee bomen die met elkaar verstrengeld zijn, de één zo wit als sneeuw en de andere zo donker als chocolade.

Onafscheidelijk, als twee geliefden.

Ze glimlacht.

Dat zijn de bomen die ze zocht. De bomen die ze iedere dag op een andere plek aantreft.

Want dit is een kas van magie.

Dit is waar de nacht in bloei staat.

 

© 2018 Lynnette Robin Slijkhuis | lynnrobin.com

 

Dit korte verhaal, Nacht in Bloei, is geïnspireerd door mijn uitstapje deze zomer naar de Hortus Botanicus (klik hier voor foto’s!). Ik vond de kas heel mooi en interessant, en vroeg me af hoe het moest zijn om er ’s nachts rond te lopen… Wie zegt dat dit niet écht gebeurt als er niemand kijkt? 😛

Advertenties

4 gedachtes over “Nacht in Bloei

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s